Inlogformulier  

   
   

Vissen op Paling

Inleiding
De paling is een slangvormige vis. Verwarring met de rivierprik is nauwelijks mogelijk, omdat prikken zeven duidelijke zichtbare kieuwspleten hebben. Moeilijker is het onderscheid met de congeraal of zeepaling (Conger conger), omdat de gewone paling ook in de Noordzee voorkomt. Een onderscheid is dat de paling een onderkaak heeft die langer is dan de bovenkaak (bij de conger steekt de bovenkaak uit) en de rugvin van de congeraal is langer. De kleur van de paling varieert naar leeftijd en plaats. Als ze goed gevoed worden, kunnen palingen een lengte bereiken van 1.20 meter met een gewicht van 3 á 4 kilo. Maar op deze regel bestaat een uit zondering. Paling die in geheel afgesloten water (b.v. meren) leven kunnen nóg groter en in het algemeen veel zwaarder worden.


Voedsel
De paling die in zoetwater leeft, voedt zich met kleine visjes, insectenlarven, kreeftjes, slakken, mosselen en vooral veel viskuit ( eitjes van vissen). Grote volwassen palingen zijn in staat om grote prooidieren te verslinden. In een stadssingel leefde eens een grote paling, die regelmatig jonge zwanen op at. Ook komt het voor dat palingen soortgenoten oppeuzelen.

De paling wordt uitsluitend gevangen met wormen en kleine visjes.


In de modder
Een paling zoekt zijn eten liefst 's nachts. Dan is hij druk bezig, als een echte roofvis. Alles wat hij kan eten wordt opgegeten. Een paling heeft een afschuwelijke hekel aan koud water. Zodra het winter wordt, zal hij een plekje opzoeken in de modder om daar de winter door te brengen. Daarom eet hij in de warme perioden erg veel. Hij moet een flinke vetvoorraad opbouwen. Daar kan hij op teren als hij in de modder zit en verder niks doet.


Vis techniek
Om een goede vangstkans op paling te hebben, zullen vooral de avonduren het tijdstip zijn waarop het aas te water moet worden gelaten. Paling zoekt zijn voedsel namelijk vooral 's avonds. Waar overdag geen paling gevangen wordt, kan 's avonds een goede palingstek blijken te zijn. Zodra het begint te schemeren, kan het ineens raak zijn! Wanneer de lucht de gehele dag donker bewolkt is, en er daarbij ook een stevige wind staat, is de kans om overdag een paling te vangen reëel aanwezig. Vooral als er de gehele dag onweer dreigt. Toch is dit niet te vergelijken met de vangsten die we in de avond en de nacht kunnen maken.

  • Om een paling ook werkelijk uit het water te kunnen krijgen, moeten men over een stevige hengel beschikken. Ook een snelle maar toch krachtige molen is noodzakelijk. Palingen hebben namelijk de neiging om zich, tijdens het binnendraaien, ergens omheen te draaien.

  • Wanneer dat gebeurt, is het vrijwel niet meer mogelijk om deze paling los te krijgen. Daarom is het dus niet mogelijk een paling moe te drillen. Bij een aanbeet moet direct gestart worden met binnendraaien en dan ook werkelijk blijven binnendraaien. Dit is de reden dat een stevige hengel en snelle molen nodig zijn.

  • Op paling kan het beste worden gevist met maar 1 haak. De beste resultaten worden meestal gemaakt met een onderlijn zonder afhouders en een behoorlijk lange aaslijn. Een paling moet namelijk zo weinig mogelijk weerstand voelen bij het pakken van het aas. Als de weerstand te groot is, is het mogelijk dat de paling het aas weer loslaat.

  • Gebruik bij voorkeur de onderlijn waarbij het lood langs de hoofdlijn schuift. Het voordeel van deze onderlijn is ook dat de haaklijn gemakkelijk verwisseld kan worden. Dit is bij het palingvissen vaak nodig, omdat een paling zich vaak in de lijn draait en dan moeilijk te onthaken is. De haaklijn verwisselen werkt dan veel sneller.

  • De haak mag niet al te groot zijn. Al hebben zoetwater palingen een kleinere bek dan hun zoutwater broers en zusters, echt groot is hij niet. Een nummer 6 of 4 voldoet prima. Zorg er wel voor dat de haak vlijmscherp is. Gebruik bij voorkeur zwartgekleurde haken. Palingen zijn echt op alles bedacht. Als ze het aas niet vertrouwen, nemen ze het niet.

  • Bij het aas voor de paling moeten we in ieder geval op een belangrijk punt letten: het aas moet altijd zeer vers zijn. Aan oud aas vang je absoluut geen paling.